Zes manieren om creatieve spelers op te leiden

Blogs door Nick Veenbrink

Voetbal ontwikkelt zich: ruimtes worden steeds kleiner en van spelers wordt gevraagd dat ze steeds sneller beslissingen maken en die omzetten in handelingen. Ook het domineren van een directe tegenstander wordt in jeugdopleidingen vaak aangehaald als een leidend principe. Het spel van de toekomst vraagt om creatieve spelers. Daarbij is het vermakelijk en aantrekkelijk voor het publiek om naar te kijken. We willen graag creatieve spelers opleiden die verrassen, iets creëren of forceren.

Dan is de volgende vraag hoe je een creatieve speler op kunt leiden, want geloof het of niet: je kunt creativiteit ontwikkelen. Door te kiezen voor bepaalde methoden, oefenvormen en coaching bij trainingen kun je het ontwikkelen van creativiteit stimuleren.

Laten we allereerst creativiteit in voetbal definiëren. Creativiteit is het vermogen om verschillende oplossingen toe te passen in een specifieke situatie die verrassend, ongewoon of origineel zijn. Dit is een belangrijk onderscheid met tactische intelligentie wat het vermogen is om de beste oplossing te genereren in een specifieke situatie. Tactische intelligentie en creativiteit correleren met elkaar, het loont dus om beide te ontwikkelen. Daarbij is voetbal een complexe en chaotische sport waardoor het moeilijk uit te sluiten is wat de “beste” oplossing in een situatie precies is. Door het ontwikkelen van creativiteit hebben spelers een rugzak gevuld met oplossingen waar ze uit kunnen kiezen wanneer ze in een bepaalde situatie komen.

Voordat ik de methoden benoem om creativiteit in trainingen te ontwikkelen is het goed een aantal wetenschappelijk onderbouwde uitgangspunten te benoemen waar deze op gestoeld zijn.

Ten eerste: voetballen leer je door te voetballen. Een uitgangspunt dat vaak bediscussieerd wordt. Spelers ontwikkelen creativiteit wanneer ze vaak in situaties terecht komen waar ze rekening moeten houden met ruimte, medespelers, tegenstanders en de bal. In sommige visies worden techniek en tactiek van elkaar gescheiden. Je leert een (technische) vaardigheid aan, zonder weerstand om die vervolgens in een (tactische) situatie toe te passen. Echter heeft empirisch onderzoek uitgewezen dat het effect op het leren van (motorische) vaardigheden groter is wanneer je de competentie ontwikkelt om een (wedstrijdechte) situatie op te lossen. Je leert oplossingen genereren, terwijl je rekening houdt met de informatie uit je omgeving (bal, tegenstander, medespelers, ruimte) en verwerkt tot een actie. De technische handeling is een middel om een situatie op te lossen.

Dit vraagt om het idee los te laten van de perfect uitgevoerde vaardigheid, bijvoorbeeld een schaar of kap. Wat we doen door een technische handeling zonder weerstand aan te leren is het aandragen van een oplossing, zonder spelers deze zelf te laten ontdekken. Het leereffect hiervan is minder groot dan spelers zelf tot een oplossing laten komen. Het doel is namelijk niet dat spelers een technisch perfecte schijnbeweging uitvoeren, maar dat ze een handeling toepassen die een oplossing biedt voor de situatie.

Ten tweede: het effect van leren is het grootst wanneer dat “onbewust” en onder wisselende omstandigheden gebeurt. Als je een oefenvorm bedenkt waarin spelers herhaaldelijk in een situatie komen, worden ze gedwongen naar oplossingen te zoeken zonder dat een coach verbale instructie hoeft te geven. Het leereffect wordt tevens vergroot als je spelers in wisselende omstandigheden vaardigheden laat toepassen, bijvoorbeeld door andere materialen of ondergronden te gebruiken.

Ten derde: investeren in het ontwikkelen van creativiteit heeft het meest effect tot een leeftijd van 10 jaar. Dit heeft met de ontwikkeling van het brein te maken.

Hieronder een aantal methoden die je in een jeugdopleiding of als coach kunt toepassen om creativiteit te ontwikkelen, met daarbij een aantal voorbeelden.  De termen zijn overigens vrij vertaald uit het Engels. Je kunt via de bronvermelding op zoek naar artikelen en boeken voor meer verdieping.

  1. Doelgericht spelen

Doelgericht spelen (deliberate play) zit tussen vrij spelen (free play) en doelbewust trainen (deliberate practice) in. Een kenmerk van doelgericht spelen is dat er geen verbale instructie van een coach is tijdens de oefening en dat het spel-georiënteerd is. Spelers komen veelvuldig in situaties waar ze de vrijheid krijgen om zelf keuzes te maken. Het onderscheid met vrij spelen is dat er wel iets van structuur of een opdracht in verwerkt is, bijvoorbeeld door de spelregels, materialen, ruimte of aantallen spelers.

Hier een voorbeeld van Bas van Baar waarbij hij spelers tijdens partijen opdrachten geeft die zijn afgeleid van de speelwijze.

  1. 1-dimensionale spellen

Een 1-dimensionaal spel (1-dimension game) is een oefening waarbij je in spelvorm een tactische situatie aanbiedt die telkens terug komt. Vrij vertaald maak je door middel van een spelvorm één spelprincipe trainbaar, vandaar de term ‘1-dimensionaal’. Een 1-dimensionaal spel kent de volgende kenmerken:

  • focust op één tactisch onderdeel (één spelprincipe)
  • het is gebaseerd op wedstrijdechte elementen (tijd, ruimte, weerstand)
  • de situatie komt herhaaldelijk terug
  • er is variatie door een wisseling in medespelers en tegenstanders
  • er zijn meerdere oplossingen mogelijk voor de taak/situatie/opdracht

Hier voorbeelden van Willem Weijs en Mischa Visser van het trainbaar maken van het spelprincipe ‘diepte voor breedte’.

  1. Variabele training

Kort gezegd betekent variabele training (diversification) dat je voetbal beoefent onder wisselende omstandigheden, bijvoorbeeld door het gebruik van andere materialen of ondergronden. Ook door het doen van andere sporten leer je vaardigheden die overdraagbaar zijn naar voetbal.

Hier vind je een voorbeeld van de AZ Jeugdopleiding die de trainingsaccommodatie zo inricht dat het uitnodigt om op diverse ondergronden en op diverse manieren te voetballen.

  1. Coaching

De term doelbewuste coaching (deliberate coaching) verwijst naar een slimme manier van coachen waarbij spelers een zo breed mogelijke aandachtsspanne hebben, zodat ze zoveel mogelijk stimuli binnen krijgen om een oplossing te creëren. Dit valt het beste uit te leggen door eerst dit filmpje te kijken.

Het onderzoek wat in het filmpje wordt aangehaald laat zien dat wanneer je een taak krijgt je je aandacht specifiek richt op informatie die relevant lijkt voor het volbrengen of oplossen van die taak. Daardoor kan je informatie missen die aanvankelijk irrelevant lijkt, maar wel kan bijdragen aan een creatieve oplossing. In het geval van het filmpje is de gorilla niet relevant voor het oplossen van de opdracht, maar het toont aan dat je zeer selectief kunt zijn.

Coaches hebben door instructie, correctie of restrictie invloed op de aandachtsspanne van spelers en kunnen die al snel vernauwen door te veel en te specifieke coaching. Het advies is dan ook zo min mogelijk specifieke instructie te geven of vragen te stellen. Het is beter dit op latere leeftijd toe te passen.

Ook hier kan ik een aantal voorbeelden toevoegen, maar vooral verkeerde. Van “joystick-coaches” – coaches die alles voorzeggen – circuleren er genoeg op YouTube.

  1. Motivatie

Als je coacht dan is het goed rekening te houden met een simplistische tweedeling in motivaties. Je hebt motivatie die gericht is op promotie en op preventie. Kort gezegd wil je bij promotie iets behalen of bereiken en bij preventie iets voorkomen.

Dit valt het best uit te leggen aan de hand van een voorbeeld. Wanneer een keeper een penalty moet tegen houden is er grofweg een kans van 25% dat hij daarin slaagt. Zijn gedachten zijn gebaseerd op aspiraties en hoop; hoewel de verwachting is dat hij niet slaagt, wil hij het tegendeel bewijzen (promotie). Voor de nemer leeft de verwachting dat hij de penalty scoort (de kans is ongeveer 75% op basis van statistiek); hij wil voorkomen dat hij de penalty mist (preventie). Zijn gedachten gaan over falen en mislukken. Beide spelers willen slagen in hun taak, maar zijn op basis van verwachtingen en hun persoonlijke voorkeur meer gericht op promotie of preventie.

Nu heeft onderzoek uitgewezen dat creativiteit in sport het best gedijt bij een promotie gerichte aanpak. Als coach heb je enorm veel invloed op de focus van een speler. Het loont om spelers aan te spreken in hun promotiegerichte motivatie: “welke aanpak is het beste om te slagen in deze opdracht?” in plaats van “hoe kun je voorkomen dat de opdracht mislukt?”.

  1. Doelbewust trainen

Doelbewust trainen (deliberate practice) lijkt op een vorm van trainen die bekend staat als de oefenleerfase uit de KNVB-opleidingen. Omdat het veel inspanning en concentratie vergt van spelers is het meer geschikt om op latere leeftijden toe te passen. Spelers zijn bewust aan het leren. Hieronder een aantal voorwaarden voor doelbewuste training.

  • een duidelijk gedefinieerd doel en goed voorbereid (trainingsvoorbereiding met doelstellingen en methodische stappen)
  • vergt concentratie en inspanning van spelers (het wordt daarom gemiddeld genomen als minder plezierig ervaren)
  • directe en gerichte feedback (veel situationele stops met instructies van de trainer/coach)
  • er is veel herhaling met reflectie en verfijning (een situatie continu herhalen en beïnvloeden wat moet leiden tot een betere uitvoering)

In deze blog gaat het vooral om methoden die je bij trainingen kunt toepassen. Voor het spelen van wedstrijden worden small-sided games aangeraden voor de ontwikkeling van creativiteit. Dit is een van de redenen (naast bijvoorbeeld het vergroten van spelplezier) geweest voor de KNVB om de wedstrijdvormen voor pupillen te onderzoeken en veranderen.

Bronvermelding:

Baker, J., Cobley, S., & Schorer, J. (2011). Talent Identification and Development in Sport: international perspectives. Oxon: Taylor & Francis Ltd.

Baker, J., Cobley, S., Schorer, J., & Wattie, N. (2017). Routledge Handbook of Talent Identification and Development in Sport. New York: Routledge.

Coté, J., & Hancock, D. J. (2014). Evidence-based policies for youth sport programmes. International Journal of Sport Policy and Politics(Vol 8, No. 1), 51-65.

Cote, J., Coakley, C., & Bruner, M. (2012). Children’s talent development in sport: Effectiveniss or efficiency? In S. Dagkas, & K. Armour, Inclusion and Exclusion Through Youth Sports (pp. 172-184). Oxon: Routledge.

Ford, P., Yates, I., & Williams, A. (2010). An analysis of practice activities and instructional behaviours used by youth soccer coaches during practice: Exploring the link between science and application. Journal of Sports Sciences 28 (5), 483-495.

Horning, M., Aust, F., & Gullich, A. (2016). Practice and play in the development of German top-level professional football players. European Journal of Sport Science 16(1), 96-105.

Memmert, D. (2015). Teaching Tactical Creativity in Sport: Research and Practice. New York: Routledge.

O’Connor, D., Larkin, P., & Williams, A. (2018). Observations of youth football training: how do coaches structure training sessions for player development? Journal of Sport Sciences 36(1), 39-47.